Stel: Je bezoekt een concert van Louis Robilliard in St. Ouen in de stad Rouen en na anderhalve week zingt het door Robilliard uitgevoerde Choral 1 van Franck nog steeds in je hoofd rond. Dan kun je spreken van een muzikaal hoogtepunt!
Zaterdag 14 mei 2011 organiseerde de stad Rouen namelijk een Cavaillé-Coll-dag. Deze dag bestond uit twee conferences met muzikale voorbeelden en ‘s avonds een concert door Louis Robilliard op het fameuze orgel in Saint-Ouen. Deze dag heb ik samen met een vriend bezocht.
De conferences waren, zoals het de Fransen betaamt, volledig in het Frans. Nu is mijn kennis van de Franse taal zo ongeveer beperkt tot woorden als ‘oui’, ‘voila’, ‘merci’, dus ik was blij met de simultaan vertaling van mijn medereiziger. Echter, muziek zegt meer dan duizend woorden, dus de conferences waren de moeite van het bezoeken waard!
De eerste conference vond plaats in de Notre-Dame van Rouen. In deze kathedraal staat het huisorgel van Dupré. Een prachtig instrument. Okay, zo’n akoestische ruimte doet ook veel, maar dat neemt niet weg dat het een eer is om de vaste bespeler van zo’n instrument te mogen zijn.
Voor de tweede conference verhuisden we naar Saint-Godard. In deze pittoreske kerk met prachtig gebrandschilderde ramen staan twee orgels van Cavaillé-Coll. Het hoofdorgel heeft in de loop van de tijd de aandacht van orgelbouwers gehad, maar is zeker beluisterenswaardig.Het koororgel is nog in geheel originele staat en kent een fantastische klankschoonheid!
Het avondconcert was de klap op de vuurpijl. Een fantastisch concert in St. Ouen. Een perfecte combinatie van orgel, organist en programma. Louis Robilliard vertolkte onder andere werken van Liszt (Ad Nos), Franck (1e koraal) en twee delen uit de 10e Symphonie van Widor. Maar ook speelde hij Sicilienne (uit Op. 78) van Fauré en een koraal van Brahms. Een aantal werken behoren tot het standaard repertoir van Robilliard, maar dat neemt niet weg dat dit concert voor mij een bijzondere gewaarwording was.
Persoonlijk was ik zeer onder indruk van de uitvoering Franck’s 1e koraal. Hoewel ik het werk zelf heb gestudeerd, merkte ik dat ik tijdens de uitvoering van Robilliard steeds benieuwd was naar wat er zou komen. Robilliard zette vanaf de eerste maat een fantastische, uitgebalanceerde spanningsboog neer. En dat alles met die ongekende, verbazingwekkende brede en mooie klank van dit instrument dat volgens Widor tot één van ‘s werelds mooiste instrumenten gerekend moet worden.
Voor mij was het de eerste keer St. Ouen. Het was me al wel eens gezegd, maar nu realiseer ik mij dat het onmogelijk is te weten hoe het orgel klinkt zonder dat je het orgel ooit live hebt gehoord. Hoe goed opnametechnici hun best ook doen, de indringende, ongelooflijke brede klank van het orgel en de akoustiek van de kathedraal is niet te vangen in een paar microfoons.
Onszelf niet meegerekend hebben wij tijdens het avondconcert geen Nederlanders gezien. Dus ik kan wel zeggen: u heeft wat gemist!
Klassieke muziek is mijn hobby. Op deze blog vindt u concerttips, concertverslagen, CD-reviews en meer.
zondag 12 juni 2011
U heeft wat gemist!
Labels:
Ad Nos,
Cavaillé-Coll,
Franck,
Liszt,
Louis robilliard,
Rouen,
St. Ouen,
Widor
dinsdag 10 mei 2011
Jan gaat; Jan komt
Jan Jansen heeft een vervanger: Jan Hage. Wie dit nog niet ter ore was gekomen heeft in een absolute mediastilte geleefd. In de Nederlandse orgelwereld was dit het nieuws van de maand april. Zelfs Radio 4 berichtte over dit nieuws. En dat mag in de krant, want hoewel ik Radio 4 een warm hart toedraag zijn ze wat terughoudend met hun berichtgeving over de orgelwereld.
Jansen vertrekt vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Al in een interview in 1990 was hij klip en klaar over zijn visie hierop: “Als het aan mij ligt en ik blijf gezond, wil ik wel tot m’n pensioen. Niet langer, want jongeren moeten ook een kans hebben”.
Volgens een interview met het Reformatorisch Dagblad in augustus 2009 was het de bedoeling dat de nieuwe Domorganist benoemd zou worden in oktober 2010. Het is april 2011 geworden. Een halfjaar later… Ach, laten we het erop houden dat je dergelijke belangrijke beslissingen niet over één nacht ijs moet nemen.
Een belangrijke beslissing was het, want laten we wel zijn: het gaat hier om één van de meest prestigieuze en belangrijkste organistposten in Nederland. Jansen zei daarover: “Je zit in de Domkerk en dat schept verplichtingen. Je staat in een traditie”.
Met het vertrek van Jansen neemt de Dom afscheid van een veelzijdige en zeer muzikale persoonlijkheid. Een icoon. Want wie denkt aan de Dom in Utrecht denkt aan het Bätz-orgel én aan Jansen. Jansen, een organist naar mijn hart. Een hard studerende organist met een goede techniek. Iemand die buiten de kaders van het gevestigde durft te denken en het hele muzikale spectrum bestrijkt (inclusief hedendaagse muziek).
Jan Hage komt uit een soortgelijke rijke, kerkmuzikale traditie. Een organist van internationale allure die zowel de nodige kerkmuzikale als solistische ervaring heeft opgedaan. Een organist die eveneens een breed repertoire (van De Grigny tot Reda) heeft. De komst van Hage naar Utrecht is daarom niet zo verwonderlijk.
Op de vraag wat Hage gaat toevoegen aan de rijke muziektraditie antwoordt hij: “Wat mij betreft wordt het een centraal en bruisend podium waarop het Bätz-orgel in al zijn mogelijkheden op een zo actueel mogelijke manier glorieert”. Daarmee geeft Hage aan Jansen zijn woorden goed te hebben begrepen: “Je zit in de Domkerk en dat schept verplichtingen. Je staat in een traditie”.
Bron citaten Jansen
Op de Orgelbank. Gesprekken met protestants-christelijke kerkmusici. Uitgeverij J.J. Groen en Zoon. Leiden 1992, ISBN: 90-5030-249-1
Bron citaat Hage
http://www.orgelnieuws.nl/wcms/modules/news/article.php?storyid=4304
Jansen vertrekt vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Al in een interview in 1990 was hij klip en klaar over zijn visie hierop: “Als het aan mij ligt en ik blijf gezond, wil ik wel tot m’n pensioen. Niet langer, want jongeren moeten ook een kans hebben”.
Volgens een interview met het Reformatorisch Dagblad in augustus 2009 was het de bedoeling dat de nieuwe Domorganist benoemd zou worden in oktober 2010. Het is april 2011 geworden. Een halfjaar later… Ach, laten we het erop houden dat je dergelijke belangrijke beslissingen niet over één nacht ijs moet nemen.
Een belangrijke beslissing was het, want laten we wel zijn: het gaat hier om één van de meest prestigieuze en belangrijkste organistposten in Nederland. Jansen zei daarover: “Je zit in de Domkerk en dat schept verplichtingen. Je staat in een traditie”.
Met het vertrek van Jansen neemt de Dom afscheid van een veelzijdige en zeer muzikale persoonlijkheid. Een icoon. Want wie denkt aan de Dom in Utrecht denkt aan het Bätz-orgel én aan Jansen. Jansen, een organist naar mijn hart. Een hard studerende organist met een goede techniek. Iemand die buiten de kaders van het gevestigde durft te denken en het hele muzikale spectrum bestrijkt (inclusief hedendaagse muziek).
Jan Hage komt uit een soortgelijke rijke, kerkmuzikale traditie. Een organist van internationale allure die zowel de nodige kerkmuzikale als solistische ervaring heeft opgedaan. Een organist die eveneens een breed repertoire (van De Grigny tot Reda) heeft. De komst van Hage naar Utrecht is daarom niet zo verwonderlijk.
Op de vraag wat Hage gaat toevoegen aan de rijke muziektraditie antwoordt hij: “Wat mij betreft wordt het een centraal en bruisend podium waarop het Bätz-orgel in al zijn mogelijkheden op een zo actueel mogelijke manier glorieert”. Daarmee geeft Hage aan Jansen zijn woorden goed te hebben begrepen: “Je zit in de Domkerk en dat schept verplichtingen. Je staat in een traditie”.
Bron citaten Jansen
Op de Orgelbank. Gesprekken met protestants-christelijke kerkmusici. Uitgeverij J.J. Groen en Zoon. Leiden 1992, ISBN: 90-5030-249-1
Bron citaat Hage
http://www.orgelnieuws.nl/wcms/modules/news/article.php?storyid=4304
zaterdag 26 maart 2011
De vreselijke muziek van Sweelinck
U denkt het en ik zeg het: de vreselijke muziek van Sweelinck. En misschien zegt u het ook wel. Op Facebook was namelijk de afgelopen periode een kleine dialoog over Sweelinck. Dit naar aanleiding van de Sweelinck-Mullerprijs die dit jaar weer uitgereikt gaat worden.
Het gros van orgelminnend Nederland heeft een soort haat-liefde verhouding met Sweelinck’s nalatenschap. En masse zijn we niet echt dol op zijn muziek. Waar het regent van de onderscheidingen vanwege de verdiensten voor de Franse orgelcultuur, moet er nota bene een stimuleringsprijs voor Sweelinck uitgeloofd worden. Dat is het verschil.
Met name grote liefhebbers van de Nederlandse koraalkunst (Zwart, Asma, etc.) zijn over het algemeen geen fan van Sweelinck. Dat is opmerkelijk, want de grondlegger van de romantische Nederlandse koraalkunst, Jan Zwart, was een echte Sweelinck-kenner. Velen hebben zich door Jan Zwart laten inspireren om zich toe te leggen op goed in het gehoor liggende romantische koraalbewerkingen. Maar is er onder hen nog een Sweelinck-kenner...?
Zo’n stimuleringsprijs is dus hard nodig. We kunnen Sweelinck’s muziek natuurlijk niet in de prullenbak kieperen. De man is de belangrijkste Nederlandse componist van de Vroegmoderne Tijd geweest. En die Vroegmoderne Tijd beslaat toch drie, vier eeuwen. Sweelinck zou dus Nederlands muzikale trots moeten zijn.
Daar komt nog bij dat Sweelinck een grote invloed heeft gehad op de Noord-Duitse orgelschool. Buxtehude heeft les gehad van Sweelincks leerling Scheidemann en Buxtehude had invloed op de vorming van Bach. Zo beschouwd kunnen we onszelf de vraag stellen hoe de Westerse orgelcultuur zich gevormd zou hebben als we Sweelinck niet hadden gehad.
Ons probleem is dat wij naar Sweelinck luisteren met oren van nu. Maar laten we eens gaan luisteren met oren van toen, met oren van mensen die leefden aan het eind van de Middeleeuwen. Bach en Buxtehude waren nog niet eens geboren. Dus nog geen onnavolgbare Duitse fuga’s, nog geen orkestrale orgelklanken van Widor en Guilmant en al helemaal nog geen stoere Nederlandse koraalmuziek van Zwart of Asma. Niemand had dit alles ooit gehoord. Wat men wel hoorde was een hardzingende voorzanger in de Calvinistische diensten. En toen was daar Sweelinck, met z’n chromatische fantasie en z’n koraalvariaties over de Geneefse Psalter.
Leef u in, doe uw ogen dicht, beeldt u Amsterdam 1595 in en ga dan eens naar Sweelinck luisteren (middentoonopname!). Ontdek de schoonheid van zijn muziek!
zaterdag 12 maart 2011
Concerttips (orgel), 2011
Hieronder heb ik weer een aantal tips voor orgelconcerten op een rij gezet. Het overzicht is wat mij betreft nog niet compleet, dus de lijst vul ik de komende periode nog verder aan. Zo heb ik onder andere concerten uit de serie in de Dom in Keulen nog niet opgenomen en ook ontbreken er nog wat Nederlandse concerten.
Als je suggesties voor orgelconcerten hebt: laat me het weten!
- Vrijdag 25 maart 2011, 20.15 uur: Orgelpark, Daniël Roth. Meer informatie.
- Dinsdag 29 maart 2011, 20.30 uur: Notre Dame, Parijs: Daniël Roth. Meer informatie.
- Zondag 1 mei 2011, 17.00 uur: Merseburg, Ben van Oosten. Meer informatie.
- Zondag 22 mei 2011, 17.00 uur: Dudelange (Luxemburg), Requiem Maurice Duruflé en orgelsolo's: Choeur de Chambre du Conservatoire de Musique de la Ville de Luxembourg en Els Biesemans
- Zaterdag 28 mei 2011, 10.30 uur. St Sulpice, Paris: David Briggs: Repetitie van 'Messe pour Saint Sulpice' for 2 organs and choir. Premiere op zondag 29 mei 2011. Meer informatie.
- Zondag 29 mei 2011: St.Sulpice, Parijs, David Briggs: Playing Grand Orgue in the World Premiere of 'Messe pour Saint Sulpice' for 2 organs and choir, sung by The Choir of Men and Boys of All Saints, Northampton, UK, directed by Lee Dunleavy. Meer informatie.
- Vrijdag 3 juni 2011, 20.30 uur: Antwerpse Kathedraalconcerten, Thema: Fantasie en improvisatie. Thierry Escaich. Meer informatie.
- Dinsdag 21 juni 2011, 20.00 uur: Orgelfeierstunden, Kölner Dom. Winfried Bönig. Meer informatie.
- Dinsdag 28 juni 2011, 20.00 uur: Orgelfeierstunden, Kölner Dom. Ben van Oosten. Meer informatie.
- Vrijdag 1 juli 2011, 20.30 uur: Antwerpse Kathedraalconcerten. Thema: Fantasie en improvisatie. David Briggs. Meer informatie.
- Zaterdag 2 juli 2011, 20.00 uur: Berliner Dom, 6. Internationaler Orgelsommer. Auf Reger! Jean Baptiste Dupont (Toulouse, Frankrijk). Meer informatie.
- Zaterdag 9 juli 2011, 13.00 - 16.30 uur: Concertgebouw, Amsterdam, Leo van Doeselaar. Werken van Cesar Franck. Meer informatie.
- Dinsdag 2 augustus 2011: St-Michiels en Sint Goedelekathedraal. Kathedraal Orgelconcerten. Els Biesemans. Bach, Liszt, Welmers. Meer informatie.
- Zaterdag 20 augustus 2011, 20.00 uur. Berliner Dom, 6. Internationaler Orgelsommer. Kathedralmusik! Andreas Sieling (Domorganist). Vierne, Widor, Cochereau. Meer informatie.
- Woensdag 24 augustus 2011, 20.15 uur. Grote of Sint Jacobskerk, Den Haag, Stephen Tharp. Oa: Bach, Mendelssohn, Brahms, Baker. Meer informatie.
- Woensdag 31 augustus 2011, 19.30 uur: Essener Dom, Hans Fagius. Meer informatie.
- Vrijdag 9 september 2011, 19.30 uur: Jean Guillou, Grote- of Sint Laurenskerk, Rotterdam. Werken van Guillou, Lizst (Orpheus en Ad Nos) en improvisatie. Meer informatie.
- Woensdag 21 september 2011, 19.30 uur: Essener Dom, Stephen Tharp. Meer informatie.
zondag 27 februari 2011
Column: De A-moll, de grote
De onderstaande column is ook geplaatst op orgelnieuws.nl en is te vinden via deze link.
Na het concert kwam hij naar ons toe: ‘Wat een zwaar stuk zeg’. Stilte. ‘Ja, ik bedoel dat stuk van Bach’. Opnieuw stilte. Wij keken elkaar aan en wisten: ‘Het gaat over de A-moll’. Daarna gaf hij mijn docent een hand en zei: ‘Maar ik wil u bedanken, want ik heb zo genoten van Händel’.
Als jongetje op de middelbare school kwam ik aanraking met de wereld van orgelconcerten. Iedere maand zeker één keer mee naar een orgelconcert van mijn toenmalige docent. Vaak om te registreren. En zo kon het gebeuren dat ik in oeroude kathedralen de A-moll (BWV 543) leerde kennen terwijl leeftijdsgenoten in uitgaansgelegenheden de nieuwste pophit beoordeelden.
‘Door het stuk vaker op concerten te spelen, gaan de mensen het meer waarderen’ zei mijn docent. Dat gold ook voor mij. Stiekem vond ik Händel ook beter te doen, maar steeds meer ging ik de A-moll op waarde schatten. Het werd zelfs een beetje van mij. De A-moll is voor mij geworden wat het clublied voor een voetbalsupporter is.
Wie anders dan de Founding Father van de orgelmuziek heeft de A-moll geschreven? Bach. En wie anders dan één van de meest vernieuwende componisten na Bach heeft de pianotranscriptie van de A-moll geschreven? Liszt. Ik denk dat ik Liszts redenen om een transcriptie te schrijven een beetje begrijp: de lange, solistische opening, arpeggio's die elkaar bijna dertien maten opvolgen (hoewel die onderliggende, indrukwekkende orgelnoot op een piano natuurlijk niet te imiteren is), de wervelende tremolo van verminderde septiemakkoorden (akkoorden waar Liszt in zijn B.A.C.H. veelvuldig gebruik van maakt) die oplost in een groot A-moll drieklank. En dan is het preludium nog niet eens half voorbij, laat staan de fuga begonnen. Ah, die fuga, in die dansende 6/8 maat... Durf die fuga eens ‘zwaar’ te noemen.
De tijd dat ik regelmatig mee ging registreren met mijn docent ligt al een bijna een half leven achter me. Maar de A-moll niet. De A-moll, de grote, is met me meegegaan en het is nog steeds één van mijn meest favoriete orgelwerken.
Zonder Bach geen orgelmuziek. Zonder Bach geen A-moll en dus ook geen Lizst-transcriptie daarvan. Bach is niet zwaar. Bach’s muziek is Haute Causine, crème de la crème. Bachs muziek is géén fastfood. Bach’s muziek is om te luisteren, te luisteren en dan nog vele malen: luisteren. Mijn docent had gelijk: ‘Door het vaker te spelen (of te luisteren), ga je het steeds meer waarderen’.
Na het concert kwam hij naar ons toe: ‘Wat een zwaar stuk zeg’. Stilte. ‘Ja, ik bedoel dat stuk van Bach’. Opnieuw stilte. Wij keken elkaar aan en wisten: ‘Het gaat over de A-moll’. Daarna gaf hij mijn docent een hand en zei: ‘Maar ik wil u bedanken, want ik heb zo genoten van Händel’.
Als jongetje op de middelbare school kwam ik aanraking met de wereld van orgelconcerten. Iedere maand zeker één keer mee naar een orgelconcert van mijn toenmalige docent. Vaak om te registreren. En zo kon het gebeuren dat ik in oeroude kathedralen de A-moll (BWV 543) leerde kennen terwijl leeftijdsgenoten in uitgaansgelegenheden de nieuwste pophit beoordeelden.
‘Door het stuk vaker op concerten te spelen, gaan de mensen het meer waarderen’ zei mijn docent. Dat gold ook voor mij. Stiekem vond ik Händel ook beter te doen, maar steeds meer ging ik de A-moll op waarde schatten. Het werd zelfs een beetje van mij. De A-moll is voor mij geworden wat het clublied voor een voetbalsupporter is.
Wie anders dan de Founding Father van de orgelmuziek heeft de A-moll geschreven? Bach. En wie anders dan één van de meest vernieuwende componisten na Bach heeft de pianotranscriptie van de A-moll geschreven? Liszt. Ik denk dat ik Liszts redenen om een transcriptie te schrijven een beetje begrijp: de lange, solistische opening, arpeggio's die elkaar bijna dertien maten opvolgen (hoewel die onderliggende, indrukwekkende orgelnoot op een piano natuurlijk niet te imiteren is), de wervelende tremolo van verminderde septiemakkoorden (akkoorden waar Liszt in zijn B.A.C.H. veelvuldig gebruik van maakt) die oplost in een groot A-moll drieklank. En dan is het preludium nog niet eens half voorbij, laat staan de fuga begonnen. Ah, die fuga, in die dansende 6/8 maat... Durf die fuga eens ‘zwaar’ te noemen.
De tijd dat ik regelmatig mee ging registreren met mijn docent ligt al een bijna een half leven achter me. Maar de A-moll niet. De A-moll, de grote, is met me meegegaan en het is nog steeds één van mijn meest favoriete orgelwerken.
Zonder Bach geen orgelmuziek. Zonder Bach geen A-moll en dus ook geen Lizst-transcriptie daarvan. Bach is niet zwaar. Bach’s muziek is Haute Causine, crème de la crème. Bachs muziek is géén fastfood. Bach’s muziek is om te luisteren, te luisteren en dan nog vele malen: luisteren. Mijn docent had gelijk: ‘Door het vaker te spelen (of te luisteren), ga je het steeds meer waarderen’.
donderdag 3 februari 2011
Tussen musicus en muziekdocent
Er is een verschil tussen een musicus en een muziekdocent. Niet dat u dat nog niet wist, maar de praktijk is weerbarstiger. Veel organisten, maar ook heel veel andere klassieke musici, zijn opgeleid tot musicus en gaan vervolgens lesgeven. Da's eigenlijk niet zo logisch.Een musicus musiceert. Een docent onderwijst. Musiceren en onderwijzen zijn wel twee wezenlijk verschillende zaken. Een goede docent is nog geen goede musicus. Dus waarom zou een steengoede musicus wel een goede docent zijn?
Natuurlijk, ik begrijp het wel: een organist die in Nederland alleen maar wil musiceren heeft doorgaans weinig perspectief op voldoende inkomen. Met een beetje geluk krijg je € 400 per orgelconcert (en er zijn meer dan voldoende orgelcommissies die ruim minder betalen). Lesgeven is veel lucratiever en bovendien minder arbeidsintensief dan concerteren.
Het is dus niet zo gek dat een professionele, afgestudeerde organist op zoek gaat naar mogelijkheden voor extra inkomen. Maar waarom ga je lesgeven? Is het omdat lesgeven een relatief gemakkelijke manier is om in inkomen te voorzien en je by the way ook nog met muziek bezig bent? Of is het omdat je kennisoverdragen leuk vindt en je een zwak hebt voor onderwijs?
Persoonlijk vind ik dat iedere musicus die de switch naar docent maakt een stevige pedagogische ondergrond moet hebben. Als je een kind naar de middelbare school stuurt verwacht je docenten die niet alleen goed zijn in hun vak, maar die ook weten hoe ze met leerlingen moeten omgaan. Mag je van een muziekdocent niet precies hetzelfde verwachten?
zaterdag 22 januari 2011
Concerttips (orgel) februari 2011
Het nieuwe jaar 2011 is al weer drie weken oud. Tijd voor een overzicht van komende orgelconcerten. Om te beginnen met een concert op de voorlaatste dag van januari. Als u dit jaar orgelconcerten in de Philharmonie van Berlijn wilt horen, dan heeft u drie kansen. Ook heb ik een aantal concerten ná februari reeds in de onderstaande lijst geplaatst. Bijvoorbeeld de presentatie van de debuutcd van Matthias Havinga (vrijdag 4 maart), maar ook de premiere van het werk 'Messe pour Saint Sulpice' voor 2 orgels. Een werk van de hand van David Briggs dat 29 mei in premiere gaat (uiteraard in de St. Sulpice).
Voor goede concertsuggesties sta ik altijd open!
Voor goede concertsuggesties sta ik altijd open!
Zondag 6 februari 2011, 16.00 uur: Hommage a Cavaille Coll, St. Sulpice, Parijs: Sophie-V. Cauchefer Choplin, Eric Lebrun, Yann Liorzou, Vincent Warnier, Daniel Roth. Meer informatie.
Dinsdag 8 februari 2011, 20.00 uur: Philharmonie Luxembourg: Jean Guillou. Meer informatie.
Donderdag 10 februari 2011, 20.00 uur:Philharmonie Essen: Iveta Apkalna. Meer informatie. Ter informatie: overlap met haar programma in Philharmonie Luxembourg (17 maart 2011).
Dinsdag 15 februari 2011, 20.00 uur: Philharmonie Köln: Thierry Mechler. Meer informatie.
Zaterdag 26 februari 2011, 20.15: Orgelpark Amsterdam, Frans Liszt, orgel en piano. Theo Jellema, Erwin Wiersinga, Paul Komen. Meer informatie.
Dinsdag 1 maart 2011, 20.15 uur: Philharmonie Haarlem: Olivier Latry. Meer informatie
Vrijdag 4 maart 2011, 20.00 uur: Amsterdam, Waalsekerk: Matthias Havinga: Presentatie debuutcd:'J.S.Bach-Italian Concertos', Meer informatie.
Dinsdag 29 maart 2011, 20.30 uur: Notre Dame, Parijs: Daniël Roth. Meer informatie.
Zondag 22 mei 2011, 17.00 uur: Dudelange (Luxemburg), Requiem Maurice Duruflé en orgelsolo's: Choeur de Chambre du Conservatoire de Musique de la Ville de Luxembourg en Els Biesemans
Zaterdag 28 mei 2011, 10.30 uur. St Sulpice, Paris: David Briggs: Repetitie van 'Messe pour Saint Sulpice' for 2 organs and choir. Premiere op zondag 29 mei 2011. Meer informatie.
Zondag 29 mei 2011: St.Sulpice, Parijs, David Briggs: Playing Grand Orgue in the World Premiere of 'Messe pour Saint Sulpice' for 2 organs and choir, sung by The Choir of Men and Boys of All Saints, Northampton, UK, directed by Lee Dunleavy. Meer informatie.
Abonneren op:
Posts (Atom)

